Historiek

Immaculata is in de volksmond beter gekend als “de Lamotjes”. Samen met u duiken wij in 250 jaar geschiedenis van dit instituut en ontsluieren we deze naamgeving.

De 250-jarige geschiedenis ‘Van Mariaschool tot Immaculata-Instituut’ kan je lezen in het gedenkboek ‘De Kracht van het Kleine’. Het boek telt 256 bladzijden in een formaat van 24,5 cm x 17 cm. Het bevat ruim tweehonderd foto’s en het is te verkrijgen voor € 18,50 (verzending inbegrepen). Besteladres: Immaculata Ieper, Rijselsestraat 83, 8900 Ieper (rekeningnummer BE54 4673 8531 4197, KREDBEBB).

De school dankt haar ontstaan aan Clara Francisca van Zuytpeene Lamotte. Deze vrouw wijdde haar volledige leven aan het onderwijzen van minder gegoede kinderen. Uit haar onderwijsproject groeide in de achttiende eeuw een werkschool waar jonge meisjes kantwerk leerden maken. Naast dit praktijkwerk kregen de kinderen ook een minimum aan algemene vorming ee. Dat laatste won doorheen de eerste eeuwen van het bestaan van de school stilaan aan belang. Met uitzondering van de periode rond de Franse Revolutie ging het de school in het Ancien Regime voor de wind. Het leerlingenaantal steeg en ook het materiële comfort van de leerlingen ging erop vooruit. Tot de perikelen aan de vooravond van de eerste schoolstrijd deze verbetering een serieuze knauw toebrachten. Met een minimum aan middelen werd de school heropgericht op de huidige locatie. Het oude ritme werd hervonden en er werd verder voor kantwerk en algemene vorming gezorgd tot de Eerste Wereldoorlog de streek ondersteboven haalde.

De eerste Wereldoorlog was een tragedie voor Ieper. De stad werd net niet van de kaart geveegd. Alle inwoners moesten vluchten en alle instellingen vielen stil. Ook in de Mariaschool werd er na oktober 1914 geen les meer gegeven. De gebouwen die niet tot puin werden herschapen, werden in gebruik genomen door de Britse soldaten. De zusters waren inmiddels via Poperinge vertrokken naar Frankrijk. Ze werden er door de Belgische regering aangezocht om in de streek van Rouen drie schoolkolonies te bemannen voor kinderen uit de frontstreek. Pas in de lente van 1919 konden de zusters naar Ieper terugkeren. Ze openden eerst een noodschool in barakken langs de Poperingseweg. Vanaf 1921 werden de gebouwen in de Rijselsestraat weer in gebruik genomen en stelselmatig uitgebreid. De kleuterschool en het lager onderwijs bouwden voort op de tradities van voor de oorlog. De ingevoerde leerplicht zorgde voor een veralgemening van het schoollopen en een nieuwe schoolstructuur met acht leerjaren. De gediplomeerde zusters werden bijgestaan door de eerste niet-religieuze ‘juffrouwen’. De leerinhouden van de traditionele vakken (lezen, schrijven, rekenen) werden steeds duidelijker omschreven. De leerkrachten beschikten over meer, betere en kleurrijkere leerboeken en didactisch materiaal. De oudste leerlingen kregen op vrijwillige basis nog een aanvullende scholing in de deeltijdse huishoudklas of de kantschool. Deze richtingen zouden na 1950 leiden tot de oprichting van een technische middelbare afdeling naast een basisschool.

In de voorbije halve eeuw maakte de kleuterschool en de lagere school een hele evolutie mee. In 1952 bestond het onderwijzend personeel uit acht zusters Lamotte en vijf ongehuwde lekenjuffrouwen. De zusters-in-het-onderwijs werden geleidelijk vervangen door (on)gehuwde onderwijzeressen. De overbevolkte meisjesklassen werden gemengde klassengroepen. De zuster-bestuurster werd opgevolgd door een mannelijke lekendirecteur. Het catechismusonderricht werd eigentijds godsdienstonderwijs. De kolonnestoof-met-de-buis maakte plaats voor de centrale verwarming. Het griffel-lei-duo verdween en de computer verscheen. De locatie van de basisschool verhuisde van de Wenninckstraat naar de Goudenpoortstraat. Een schoolreisje naar de zee werd een meerdaagse in de Hoge Venen. Deze veranderingen en vernieuwingen hielpen het gelaat van de huidige basisschool bepalen.

In 1952 ontstond vanuit de lagere school een middelbare huishoudschool met vier leerjaren. De school groeide en bloeide. Nieuwe gebouwen werden opgetrokken en nieuwe afdelingen werden ingericht. Stilaan ontstond een volwaardige technische en beroepsschool: het Technisch Instituut Immaculata. Trouw aan het opvoedingsproject van de stichteres juffrouw Clara van Zuytpeene Lamotte en van de Zusters van het Geloof, wil de school verder aan elke leerling maximale ontplooiingskansen geven in een open en christelijke sfeer. De huidige richtingen situeren zich in de wetenschappelijke, mensverzorgende en welzijnssector.

Auteur van deze tekst & auteur van het boek: Miriam Vandenberghe, historica en lerares geschiedenis.